De toekomst van het onderwijs : Debat

Toegevoegd door Steven Duyver op 07.12.2008
Artikel

Op maandag 29 september kwamen de volgende gastsprekers in het Provinciehuis van Vlaams-Brabant samen.

Panel: Frank Vandenbroucke (Vlaams minister voor onderwijs)
Karin Jiroflée (gedeputeerde voor onderwijs)
Marina Steegmans (coördinerend directeur Scholengemeenschap Leuven van het GO!)
Agnes Claeys (coördinerend directeur Katholieke Scholengemeenschap Leuven)

Gezien de actuele banksituatie moest minister Vandenbroucke na de andere sprekers en zijn uiteenzettingen het forum verlaten. Dit gesprek leverde enkele sterke items op.

Moderator Hendrik Delagrange leidde alles in goede banen.

De minister stelde dat het onderwijs in Vlaanderen uitstekend is, dankzij alle geledingen die hun verantwoordelijkheid nemen.
Toch is er een uitdaging om van elk talent het beste te maken. Zowel wetenschappelijke talenten als taal, technische, theoretische, sportieve aspecten moeten blijvend bestudeerd worden.
Ondanks alles zijn er nog sociale verschillen omdat we verschillend worden geboren. Daarom moet onderwijs zowel de sociale, culturele als economische verschillen in de gezinnen gelijkschakelen.

Tienkamp

Het Vlaams onderwijs is immers niet zo sterk om die verschillen te overwinnen. Dat bleek uit de PISA-resultaten. Daarom mogen de verschillende achtergrondsituaties de onderwijskansen niet in de weg staan. De minister had het over een tienkamp, waarbij op alle terreinen tegelijk moet worden gewerkt/getraind.
Hierbij kan je de vergelijking maken met Kim Gevaert die zich sterker begon te voelen toen ze samen met anderen liep. Het is een langgerekte inspanning die moet geleverd worden. 4/5 van de regeerperiode is voorbij.
Talen zijn bijzonder belangrijk. Alsook de studiekeuze die jongeren vandaag de dag moeten maken, moet gerichter kunnen begeleid worden. Is de 'sport-ladder', de overgang tussen secundair en de professionele bacheloropleidingen, goed georganiseerd?
Vandaar dat de tussenstap hoger beroepsonderwijs voor sommigen mogelijkheden kunnen bieden. Het nieuw financieringsysteem voor universiteiten, lagere scholen en het volwassenonderwijs kwamen aan bod. Er kwamen extra werkingsmiddelen voor basisscholen (voor o.a. leerlingen met een andere thuistaal enz.), tevens werden de kosten voor ouders ook beheerst door de invoering van de minimum- en maximumfactuur. Er kwamen ook meer zorgcoördinatoren in het lager en secundair onderwijs. Extra zorguren werden verdeeld over scholen die er meer behoefte aan hebben. Ook al moet ingeschat worden dat er in het secundair (momenteel) nog te weinig voor 'zorg' kan gedaan worden.

Brede school

Toegegeven, 'een tienkamp' verschilt van de individuele prestatie. Scholen kunnen dan ook deze maatschappelijke missie niet alleen aan. Daarom moet gedacht worden aan de 'brede school'. Hierbij moeten sport, culturele en lokale onderwijsbeleidstructuren (uit zowel stedelijk als provinciaal onderwijs enz.) een omgeving scheppen om die uitdagingen aan te gaan.
Zo moet het spijbelbeleid, cultuur op school, gezondheid, sport verder degelijk aangepakt worden.

Mevrouw Jiroflée situeerde dan weer dat het streekbestuur een onderwijsbeleid moet voeren dat verder gericht is naar de regio/streek. Bovendien ijverde ze ook voor een netoverstijgend onderwijsflankerend beleid.
Er zou vanuit het beleid toch nog meer rekening moeten gehouden worden in de (economische: bedrijven/ soorten/aantallen/knelpuntberoepen) verschillen tussen de provincies en streken.

De prioriteiten blijven: gelijke kansen en de stap van onderwijs naar de arbeidsmarkt. Hierbij zullen partners in de bedrijfswereld en de culturele wereld moeten gezocht worden. Ook de centra voor volwassenonderwijs en de CBE en de beroepen-informatiebeurzen werden als positieve initiatieven beschreven. Er zal nog meer rond de tafel moeten gezeten worden om deze projecten blijvend te promoten.
Er zullen verschillende tools nodig zijn/blijven waarbij allochtonen, woonwagenbewoners en anderstaligen in het algemeen met praatgroepen voor ouders of vormingskoffers kunnen begeleid worden zoals nu reeds op bepaalde plaatsen het geval is. Innovatieve onderwijsprojecten kunnen nieuwe samenwerkingsverbanden losweken door middel van nieuwe subsidieregelingen.

Positief

Ook mevrouw Claeys, coördinerend directeur Katholieke Scholengemeenschap Leuven, loofde de voorbije regeerperiode en daarbijhorende initiatieven die de minister verwezenlijkt heeft.
Vijftig jaar na het schoolpact is dit een positief project. Het werd omschreven als een coherent en consequent beleid waarbij rekening werd gehouden met de creativiteit die gestimuleerd werd vanuit de scholen, het vertrouwen in leerkrachten en directies en het streven naar oplossingen ongeacht het net. Het werd als uniek en waardevol omschreven. Enkele voorbeelden: nieuwe financiering, proeftuinen en andere projecten, flankerend onderwijsbeleid, leerzorg, de lat geleidelijk hoger voor hbo, het talendecreet, het kwaliteitsbeleid.

Toch zijn er nog enkele bekommernissen:
* Nood aan ondersteuning voor leerkrachten (een groeipatroon).
* Voor secundaire scholen middelen behouden en voor sommige scholen extra middelen.
* De overgang van lager naar secundair en het daarbijhorende inschrijvingsbeleid en de eventuele experimenteerruimte daaromtrent kwam ook aan bod.

Tevens zal er aandacht voor 'instromers: leerweg op maat' blijvend moeten gebeuren. Het Buddyproject werd ook als positief ervaren.

Marina Steegmans, coördinerend directeur Scholengemeenschap Leuven van het GO, uitte zich ook erg positief over het gevoerde beleid van minister Vandenbroucke.
Zij verwoordde nog explicieter dat het doorsnee ASO onvoldoende middelen heeft op dit ogenblik om goed te functioneren. Klassen waar soms dertig leerlingen samenzitten, kunnen moeilijk persoonsgericht worden opgevolgd.
De werkloosheid is wel wat verminderd, waardoor nieuwe leerkrachten jong en onervaren zijn. Dit geeft soms problemen.
Het zal overigens een blijvende taak van de overheid zijn om ook de bevolking over 'de rol van de leerkracht' te blijven informeren en 'de waardering voor onderwijs' hierbij op te krikken.

De herwaardering van het TSO en het BSO kregen wel aandacht de afgelopen jaren, maar in de praktijk moet er toch nog een mentaliteitsverandering bij ouders komen. Ze vraagt zich ook af welke bedrijven bereid zullen zijn om een gerichte samenwerking met onderwijs te realiseren.
De job van leerkracht zal opnieuw moeten gepromoot worden. Onderwijs is leuk en er moet hard gewerkt worden, maar het mag geen tweede keuze worden. Het vraagt een engagement, ook vanuit het beleid.

Leerkrachten vragen geen financiële compensaties, wel meer mensen en ondersteuning. Bovendien verklaarde ze dat ze de Scholengemeenschap Leuven als netoverschijdende constructie een zeer nuttig instrument vindt als het voldoende slagkracht kan blijven krijgen.


Meld aan of registreer om dit leermiddel volledig te bekijken

Registreren vraagt maar één minuut.
Leraren delen lesmateriaal en -inspiratie met jou
  • gratis lesmateriaal;
  • voor alle leeftijden en vakken;
  • makkelijk doorzoekbaar op lesonderwerp.
Registreer   Veilig en gratis
Je bent al lid? Meld aan
Niveau en vak
Niet niveaugebonden
Niet vakgebonden
Categorie
Informatie - Bespreking
Trefwoorden
Agnes Claeysbeleidbrede schoolBSObuddyprojectdebatFrank VandenbrouckeonderwijsministerPISA-resultatenschoolpact