Sociale media en het onderwijs

Foto Toegevoegd door Erno Mijland op 26.11.2010
Artikel

Learning Apart Together

Facebook, Hyves, YouTube... jongeren ‘spelen’ in het dagelijkse leven veelvuldig met sociale media. Binnen de schoolmuren lijken deze gereedschappen nauwelijks een rol van betekenis te spelen. Dat is even begrijpelijk als een gemiste kans.

Dit artikel verscheen eerder in tijdschrift Vector, nummer 14 van november 2010. Vector is een uitgave van de lerarenopleidingen 12+ van Fontys Hogescholen. Auteur Erno Mijland adviseert scholen over de inzet van nieuwe media in het onderwijs. Hij is een van de auteurs van de in januari 2011 te verschijnen methode Slimmerkunde (Malmberg), waarmee leerlingen van het voortgezet onderwijs onder andere leren om hun schoolactiviteiten aangenamer en efficiënter te doen door slimmer gebruik te maken van nieuwe technologie. Meer weten: www.ernomijland.com

Chloé (15) doet een werkstuk over de gezondheidsaspecten van zout in onze voeding. Ze zoekt op Delicious.comnaar websites over dit thema die door anderen worden aanbevolen. OpTwitter plaatst ze een berichtje: ‘Wat is een goed boek over zout en gezonde voeding?’ en voegt daar een zogenaamde hashtag aan toe: #durftevragen. Dankzij dit labeltje vinden Twitter-gebruikers die het leuk vinden vragen te beantwoorden van anderen het berichtje van Chloé. Een uurtje later heeft ze drie tips. Twee keer wordt het boek Wat is nu gezond? van prof. dr. Martijn Katan genoemd, met daarbij: ‘Leest gemakkelijk’ en ‘Nuchter en wetenschappelijk onderbouwd’. Precies wat ze zoekt. Ze reserveert het boek online via haar plaatselijke bibliotheek. Tijdens het lezen is haar een ding niet duidelijk. Katan adviseert zout te gebruiken, waarin natrium deels door kalium vervangen is. Maar kun je daar ook te veel van binnen krijgen? En is dat dan ook ongezond? Ze zoekt de website van de auteur op en vindt er een e-mailadres. Dezelfde avond heeft ze al een antwoord per mail, rechtstreeks van de auteur. Als haar werkstuk bijna klaar is, zet ze de tekst online opGoogle Docs. Ze geeft haar oom (een kok in een verzorgingshuis), een vriend van haar vader (leraar Nederlands) en twee klasgenoten toegang met het verzoek om feedback. Een paar dagen later heeft ze nog enkele goede tips en heeft de leraar Nederlands alvast wat tekstcorrecties doorgevoerd in het stuk. Als Chloé later een dikke voldoende heeft gehaald voor haar werkstuk, zet ze het op haar weblog.

Van en met elkaar leren

Sociale media zijn internettoepassingen, waarmee mensen online met elkaar in contact kunnen komen en informatie kunnen delen. Voorbeelden zijnFlickr (foto’s), Slideshare (presentaties), Scribd (documenten), Twitter (berichtjes van 140 tekens) enMindmeister (Mindmaps). Je kunt ze op een informele manier en voor je plezier gebruiken, maar ook voor samenwerking op afstand én om met en van elkaar te leren. Voor het onderwijs is met name dat laatste van belang. Chloé maakt slim gebruik van sociale media voor haar schoolwerk. Ze heeft dan ook een enthousiaste biologiedocent die zijn leerlingen stimuleert, enthousiasmeert en begeleidt bij een andere manier om het internet te gebruiken. Het gaat er volgens hem niet alleen om betrouwbare, statische bronnen te raadplegen, maar veel meer van en met elkaar te leren. Hij heeft - om meerdere redenen - een punt. Sociale media bieden gereedschap dat uitstekend en laagdrempelig is in te zetten voor leerdoeleinden. Met het inzetten van sociale media in het onderwijs sluit je aan bij en bouw je voort op de kennis en ervaringen die jongeren al opdoen met deze media. Leerlingen krijgen bovendien toegang tot waardevolle bronnen die ontsloten worden door de online gemeenschap. En niet onbelangrijk: functioneel en mediawijs gebruik van sociale media is een vaardigheid die we steeds meer van iedere van professional verwachten. Onderwijs bereidt jongeren voor op de toekomst en sociale media zijn daarin een essentieel gereedschap.

Functionaliteiten

Het is misschien een wat grote gedachtensprong: van het gebabbel op MSN en de puberale uitspattingen op Hyves naar leren en onderwijs. Laten we, om deze sprong mogelijk te maken, de volgende vraag eens beantwoorden. Wat doen we al in het onderwijs en wat kan net zo goed, beter of plezieriger met sociale media?

Kennis halen en delen

Informatie verzamelen is met de komst van het internet gemakkelijker geworden. We hebben alleen al via Google toegang tot een gigantisch archief aan bronnen. Steeds meer bronnen zijn bovendien multimediaal en hebben een hoge informatiedichtheid. Sociale media voegen daar nog iets aan toe: gebruikers van bronnen geven beoordelingen en voegen ‘labels’ toe, zodat ze beter vindbaar worden. (Ervarings)deskundigen zijn gemakkelijker benaderbaar geworden. Zo maak je in een handomdraai een enquête en vind je op Hyves-pagina’s of online groepen snel de doelgroep die je zoekt voor het invullen ervan. Opgedane of geproduceerde kennis kan gemakkelijk gedeeld worden met de wereld, bijvoorbeeld via weblogs en websites waarop je documenten kunt publiceren. Voorbeelden: Slideshare voor Powerpoints of Scribd voor tekstdocumenten. Bij de meeste diensten kun je kiezen voor het delen binnen een netwerk (vrienden, familie) of publiceren voor de hele internetgemeenschap.

Samenwerkend produceren

‘Working Apart Together’ is ondertussen een bijna volwaardig alternatief voor samenwerken op locatie. Het internet biedt de gereedschappen om in ‘real time’ met meerdere mensen te werken aan documenten. Voorbeelden zijn Google Docs en Microsoft Live Webapps. Van de documenten die je hiermee maakt is maar één, centraal opgeslagen versie en dat is altijd de laatste. Tijdens het samenwerken leer je van elkaar: iedereen brengt eigen kennis, vaardigheden en talenten in en geeft de anderen op basis daarvan feedback. ‘Working Apart Together’ betekent ook dat alle leden van een gemeenschap, maar een klein steentje hoeven bij te dragen om tot grootse prestaties te komen. Wikipedia is daar een sprekend voorbeeld van. Maar op kleinere schaal kan het ook. Als iedere leerling één keer per maand een stukje maakt voor het weblog van de school, heb je met relatief weinig inspanning toch een bijzonder levendig resultaat.

Dialoog, debat, toetsen en reflecteren

We leren in dialoog en debat met onze omgeving. Sociale media ondersteunen dat. Zo kun je in online conversaties elkaars uitingen waarderen, becommentariëren, aanvullen of nuanceren. Anderen kunnen ons helpen met reflecteren door het stellen van de juiste vragen. In forums, op Twitter, in LinkedIn en andere platformen vinden discussies plaats over elk denkbaar onderwerp en op weblogs kunnen bezoekers reacties achterlaten. Snel de meningen peilen kan door een ‘poll’ uit te zetten in je netwerk. Als lerende kun je je ‘halffabrikaten’ publiceren om ze op basis van feedback van anderen aan te scherpen en te verbeteren. Ik noem dat eta-leren.

Nieuwe vaardigheden

Mooie woorden? Ja, maar werkt het wel zo gemakkelijk als we naar de dagelijkse praktijk van het onderwijs gaan kijken. Nee, niet zomaar. Leerlingen zijn misschien handig met de technologie van sociale media, maar dat wil nog niet zeggen dat ze ook vaardig en wijs zijn of een succesvolle attitude hebben. De biologiedocent van Chloé laat zijn leerlingen dan ook niet zwemmen. Hij besteedt aandacht aan een kritische houding van zijn leerlingen. Geloof je klakkeloos alles wat vanuit je netwerk op je af komt? Hoe ga je om met je privacy? Hoe zorg je ervoor dat mensen uit je netwerk je willen helpen? (Antwoord: door zelf ook anderen te helpen en zo een balans tussen geven en nemen te creëren.) Hoe organiseer je online samenwerking? Hij legt uit dat je heldere afspraken moet maken over het proces, over de verwachtingen rond bijdragen van anderen en over het stellen van deadlines.

De attitude van de docent

Het implementeren van sociale media in je onderwijs vraagt om lef. Het is een kwestie van ‘lerend implementeren’, ofwel: experimenteren, kritisch reflecteren op het resultaat en bijstellen. Het vergt ook lef om de inbreng van leerlingen te waarderen. Met name op het gebied van de technische vaardigheden zullen ze soms verder zijn dan de docent. De grootste uitdaging ligt waarschijnlijk in de kunst van het loslaten van de leerlingen. Heel concreet: de online gereedschappen waar het hier over gaat draaien buiten het computernetwerk van de school. Maar het gaat ook over het proces. Grijp niet direct in als er iets misgaat, bijvoorbeeld als de online samenwerking niet goed draait. Van fouten maken leer je het meest, maar dan moet je ze wel mogen maken. De begeleiding van de docent bestaat uit slimme, prikkelende interventies, zoals vragen waardoor de leerlingen aan den lijve ervaren wat wel werkt en wat niet.

Waarborgen

Als leerlingen de veilige en controleerbare wereld van de school verlaten, moet je daar op een verantwoordelijke manier mee omgaan. Dat betekent dat je werkt met goede afspraken vooraf, bijvoorbeeld over het gebruik van wachtwoorden, over wat je wel en wat je niet online publiceert en voor wie, en over de etiquette die je hanteert. Informeer ouders over je aanpak, zodat ze niet verrast zijn als ze werk van hun kind tegenkomen via Google. Ze zullen het dan juist waarderen dat ze de vorderingen van hun kind beter kunnen volgen dan voorheen. De attitude waar je richting leerlingen de nadruk op legt is: wie goed doet, goed ontmoet. Of zoals de Engelsen zeggen: ‘What you give, is what you get.’ Heb er tenslotte oog voor dat je voor het gevoel van pubers binnendringt in hun wereld als je met hún gereedschap aan de slag gaat. Geef leerlingen daarom bijvoorbeeld de keuze met gescheiden accounts te werken voor school- en privézaken.

Leer-kracht

Gebruik sociale media niet met als enige reden dat jijzelf of de leerlingen het zo leuk en motiverend vinden, maar omdat je echt gelooft in de leer-kracht van het medium. Leren met sociale media is ‘learning apart together’, ofwel: samenwerken op afstand met de technologie als schakel tussen de leerlingen. Maar ook met de sprankelende real life communicatie in de ontmoeting op school. Want sociale media zijn niet vervangend voor het echte contact. Ze kunnen dat contact wel faciliteren en verrijken.

Naar de onderwijspraktijk

De mogelijkheden om sociale media in te zetten in het onderwijs zijn legio en variëren van heel praktisch en van organisatorische aard tot ondersteunend aan het leerproces. Een aantal voorbeelden.

Praktisch / organisatorisch

- De school kan een Google Agenda aanmaken met bijzondere activiteiten, vakanties enzovoort. Docenten kunnen gezamenlijk hun ‘spreekuren’ invoeren, waarin ze vrij beschikbaar zijn voor vragen van leerlingen. Leerlingen kunnen deze agenda met één druk op de knop integreren in hun eigen Google Agenda.

- Publiceer roosterwijzigingen en huishoudelijke mededelingen via Twitter.

- Verzamel via Delicious relevante links rond een les of project en biedt leerlingen de mogelijkheid hun bijdrage aan de verzameling te geven.

Ondersteunend aan het leerproces

- Laat leerlingen hun portfolio opbouwen op basis van een weblog. Alle bronnen die ze verzamelen en zelf maken (documenten, filmpjes, foto’s) zijn via dit portfolio beschikbaar. Via reactieknop geven de docent en enkele leerlingen feedback. De docent besteedt van tevoren aandacht aan feedback geven en ontvangen in een les.

- Laat leerlingen verder kijken dan Google bij het verzamelen van informatie voor een werkstuk. Geef ze bijvoorbeeld de opdracht een (ervarings)deskundige te vinden via LinkedIn en deze een vraag voor te leggen of laat ze een online enquête uitvoeren onder medeleerlingen.

- Maak met Mindmeister gezamenlijk een online mindmap ter voorbereiding van een debat in het klaslokaal.

- Laat leerlingen om beurt een overhoring maken op www.wrts.nl voor diens klasgenoten. Met relatief weinig investering heeft de hele groep er profijt van en de leerling die de overhoring maakt, heeft een extra rijke leerervaring.

Alle genoemde tools in dit artikel zijn terug te vinden via deze Deliciouspagina.

De traditionele gemeenschap als metafoor

Het wereldwijde web heeft eigenlijk een valse start gemaakt door de paradigma’s van de traditionele media als uitgangspunt te nemen. Het internet was aanvankelijk een kanaal voor het zenden van informatie in één richting. De laatste jaren is het internet steeds meer een platform geworden naar het model van gemeenschappen van mensen, waarbij interactiviteit, wederkerigheid en communicatie centraal staan. Anders dan bij traditionele gemeenschappen, zijn ‘communities’ op het internet niet locatiegebonden. Je kunt bovendien deelnemen aan gemeenschappen op basis van één specifieke interesse en anderen binnen de gemeenschap nauwelijks kennen, behalve op het niveau van de gedeelde belangstelling. In de praktijk: je kunt lid zijn van een wereldwijde gemeenschap van liefhebbers van de muziek van jazzbassist Avishai Cohen, niets weten over de burgerlijke staat van een ander lid en zomaar een half jaar niets van je laten horen, zonder dat iemand er iets van zegt. Bijzonder is dat nieuwe ‘communities’ erg groot kunnen zijn.

In juli 2010 was ongeveer 7% van de mensheid lid de gemeenschap van Facebook-gebruikers.


Meld aan of registreer om dit leermiddel volledig te bekijken

Registreren vraagt maar één minuut.
Leraren delen lesmateriaal en -inspiratie met jou
  • gratis lesmateriaal;
  • voor alle leeftijden en vakken;
  • makkelijk doorzoekbaar op lesonderwerp.
Registreer   Veilig en gratis
Je bent al lid? Meld aan
Niveau en vak
Lager   2e, 3e graad
ASO (en 1A)
BSO (en 1B)   1e, 2e, 4e graad
KSO
TSO
BuSO
Lerarenopleiding
Niet vakgebonden
Categorie
Praktijkvoorbeeld/verhaal
Trefwoorden
FacebookFlickrGoogleinternetmediawijsNetlogonderwijsprivacysociale mediasociale netwerkenTwitterweb 2.0veilig online