Naar taalkrachtige lerarenopleidingen : Bouwstenen voor taalbeleid

Foto Toegevoegd door Ghislain Duchâteau op 14.01.2011
Artikel

Naar taalkrachtige lerarenopleidingen. Bouwstenen voor taalbeleid. Redactie Dorothea Van Hoyweghen - uitgeverij Plantyn

Algemene presentatie

Om de grote diversiteit in startcompetenties op te vangen, moeten de lerarenopleidingen niet alleen over kijkwijzers en over geschikte screenings- en toetsingsinstrumenten beschikken. Zij moeten ook hun talige eisen expliciteren en gepaste remediëringsroutes opzetten. Efficiënte leertrajectbegeleiding of monitoraat op maat vergen een grondige analyse van de startcompetenties, maar ook van de academische en professionele taalcompetenties die de studenten op het einde van hun studieloopbaan verworven moeten hebben.
Alleen een didactiek die rekening houdt met meervoudige multiculturele en multimediale geletterdheid, biedt een afdoend antwoord op de huidige diverse instroom en op de eisen van onze maatschappij.
Professionalisering van het corps is onvermijdelijk, als de lerarenopleidingen het principe 'Teach what you preach' willen huldigen en willen overschakelen op taalontwikkelend onderwijs en op de inzet van geschikt taalondersteuningsmateriaal.

Dit boek:

  • wijst op de grootste taalstruikelblokken bij beginnende studenten en op de taalnoden die docenten ervaren,
  • reikt een specifiek referentiekader aan om te komen tot een kwaliteitsvol eindproduct,
  • bevat praktijkvoorbeelden die aantonen hoe gelijke uitgangspunten kunnen leiden tot verschillende resultaten.

Het boek biedt een 'blended learning solution', een multimediaal pakket met oog voor parallellen en verschillen in het taalbeleid van universiteiten, hogescholen en cvo's. Bij de verschillende fasen die de universiteit, de hogeschool en het cvo doorlopen van noodzakelijke startcompetentie, over academische tot professionele taalcompetentie, dient de uitgave zich aan als de geschikte gids.

* Frank Vandenbroucke, voormalig onderwijsminister, schreef het woord vooraf (pdf)
* Beschrijving van de inhoud met de krachtlijnen van elk hoofdstuk (pdf)
* Auteurs: Frans Daems, Jeroen Lievens, Nora Bogaert, Tine Van Houtven, Elke Peters, Guido Cajot, Joke Vrijders, Tom Venstermans, Lieve Verheyden, Riet Jeurissen, Elly Quanten, Hilde Van den Bossche, Carine Steverlynck, Dirk Berckmoes, Hilde Rombouts, Véronique Minnebo, Jan Loosveld, Wouter Schelfhout, Roger Van den Borre, William Vroonen, José Vandekerckhove, Ingrid Evers, Piet-Hein van de Ven, Bart Van der Leeuw, Mieke Lafleur, Johanna van der Borden, Jo Van den Hauwe, Bart Horemans, An De Moor.

Recensie

Dit boek sluit aan bij de reflectie rond taalbeleid in het hoger onderwijs dat onder impuls van de vorige onderwijsminister werd ingezet en het is in feite een gerijpte en gediversifieerde voortzetting daarvan.

Visie

De inleiding van onderwijsminister Frank Vandenbroucke geeft al heel duidelijk aan wat de opzet, de zin en de effectiviteit kan zijn van dit bij uitstek belangrijk didactisch werk voor de hogere onderwijsopleidingen. Naast remediale aanpakvormen inzake taalbeleid lijkt de idee van taalontwikkelend lesgeven een vernieuwende dominante te zijn in dit boek. De idee wordt gelanceerd, ze wordt al toegepast in enkele lerarenopleidingen en ze biedt perspectieven op grotere efficiëntie en meer kansen voor meer studenten in de lerarenopleidingen. Het loont alvast de moeite voor lerarenopleiders er zich op toe te leggen, de idee mee te nemen in de eigen praxis en ze ruimer ook uit te dragen naar de aankomende leraren.

In het eerste deel rond visieontwikkeling treffen we het vlot leesbaar en uitstekend gestoffeerd ‘Elke leraar is taalleraar. Een referentiekader voor taalbeleid in de lerarenopleiding’ van Frans Daems. Het begrip taalbeleid in zijn smalle en brede opzet wordt in herinnering gebracht en de drie vormen van taalbeheersing voor het hoger onderwijs krijgen hier als concept hun volle invulling: de starttaalcompetentie om de studies aan te vatten, de academische taalcompetentie die nodig is om het curriculum succesvol te doorlopen en de professionele taalcompetentie die op het einde van de studie verworven moet zijn om de aankomende leraar in staat te stellen zijn rol te spelen in het opzetten en uitvoeren van het taalbeleid in de school waar hij zijn lerarenfunctie opneemt.

Uit een heel ander vaatje tapt communicatiedocent Jeroen Lievens in een tweede visieartikel ‘Meervoudige geletterdheid als gewenste hoeksteen van een krachtig, hedendaags en sociaal inclusief hogeschooltaalbeleid. Dit streven naar meervoudige geletterdheid, waarbij de studenten actief en creatief leren omgaan met de eigentijdse gemediatiseerde en gedigitaliseerde communicatievormen, is baanbrekend voor het onderwijsontwikkelend leren. Het vergt wel een hele ommezwaai in het denken van de doorsnee lerarenopleiders en de stap naar deze pedagogie van meervoudige geletterdheid als daartoe beslist wordt, zal een bijzondere inspanning vergen om die op effectieve wijze te leren beheersen om ze in praktijk te brengen. Wellicht is het die inspanning en dat engagement waard.

Noden

In het tweede deel wordt getast naar de taalnoden in de lerarenopleidingen. In elk van de drie bijdragen blijkt dat taalontwikkelend tewerk gaan veel verkieselijker is dan de gebruikelijke praktijk van de instaptoetsen die remediërend bedoeld zijn maar die het veruit moeten afleggen tegenover gedegen behoefteanalyses. Die laatste laten toe de reële noden aan te wijzen en voor het geheel van de studentengroepen taalondersteunend te werken met gebruikmaking van het passende materiaal. In Taalnoden in de lerarenopleiding van het expertisenetwerk van de Associatie K.U. Leuven werd in vijf hogescholen een digitale bevraging uitgevoerd om de noden te kennen zowel voor de starttaalcompetentie als voor de academische en professionele taalcompetenties van de aspirant-leraren. Hierin wordt dieper en concreter ingegaan dan in het referentiekader van Frans Daems op die drie vormen van taalvaardigheid. Daaraan hebben lerarenopleiders alvast een beter inzicht in wat zij binnen het curriculum als taalontwikkelende gegevens moeten meenemen. Het was de bedoeling om aansluitend bij dat onderzoek het nodige materiaal en de strategieën te ontwikkelen. Wij zijn benieuwd naar de (publicatie van) de resultaten. In een derde bijdrage Taalbeleid uit de startblokken. Een taaltest of een behoefteanalyse als startschot? beantwoorden Tine Van Houtven, Elke Peeters en Guido Cajot of een taaltest of een behoefteanalyse de beste aanpak is. Zij steunen zich op een behoeftenanalyse leesvaardigheid in de lerarenopleiding bachelors en op een zesdelig taalvaardigheidsonderzoek. Gewone screening blijkt veruit inferieur tegenover een volwaardige behoeftenanalyse.

Fundamenteel voor de opzet van een taalbeleid in het hoger onderwijs zoals dat beoogd wordt in het hele boek is wel het tweede hoofdstuk van Nora Bogaert: Instaptoetsen volgens de regels van de kunst. In enkele bladzijden herhaalt de auteur nog eens duidelijk en indringend welke de criteria zijn voor adequate toetsen: ze moeten fair, valide en betrouwbaar zijn. Ze toont ook de complexiteit aan van de opzet van toetsing en pleit voor gebruik ervan voor taalontwikkelend lesgeven. In kort bestek en overzichtelijk kunnen hier lectorenteams vinden wat en hoe ze het voor elkaar moeten krijgen.

Taalbeleid

Drie lerarenopleidingen beschrijven in dit deel hoe ze elk op zijn eigen manier taalbeleid organiseren in de praktijk. In een vierde bijdrage geeft de onderwijsinspectie haar bevindingen over het taalbeleid in de specifieke lerarenopleidingen in het volwassenenonderwijs.

In Taalbeleid werkt, maar niet vanzelf brengt Joke Vrijders verslag uit van de organisatie en de bevindingen gedurende al drie academiejaren van het taalbeleid in de Arteveldehogeschool in Gent op het niveau van de bacheloropleiding Secundair onderwijs bij zowat twee duizend studenten. Dat gaat van screening naar remediëring met zelfstudie, taalworkshops met studenten als taalcoach en individuele begeleiding op maat, maar ook naar professionalisering van docenten, die studenten moeten kunnen doorverwijzen, feedback geven via kijkwijzers en een modelfunctie moeten kunnen uitstralen. Voor de professionele taalcompetentie van de studenten krijgen de collega’s de vaardigheid om hun studenten taalgericht vakonderwijs te leren vormgeven om de studenten weerbaar te maken een taalbeleid op schoolniveau te helpen ontwikkelen. In deze hogeschool wordt gewerkt met een flankerende taalbeleidslijn met o.m. breed ontwikkeld ondersteuningsmateriaal.

Vanuit een andere invalshoek schetst Tom Venstermans het taalbeleid op de Karel de Grotehogeschool in Van screening naar onderwijs op maat. Hier voeren screenings en beginassesments van startcompetenties naar aangepaste leerroutes waarbij individuele studenten bijgestaan worden door een leertrajectbegeleider nog verder geassisteerd door een taalvaardigheidslector. Ook begeleidingsintrumenten en –instanties helpen naar behoefte de taalvaardigheid van de studenten te verbeteren. Een geïndividualiseerde volgfiche voor mondelinge en schriftelijke taalvaardigheid houdt de vorderingen bij tijdens de leerroute. Dat alles moet de slaagkansen vanuit een toenemende taalbeheersing bevorderen.
Dan brengen drie lerarenopleidingen hun praktijkverhaal met parallellen en verschillen onder de beeldende titel Mol, uil of libel… drie stadia in een taalbeleidsproces: de Xioshogeschool in Hasselt met Riet Jeurissen en Elly Quanten (bachelor basisonderwijs),  de K.H. Leuven met Lieven Verheyden (bachelor KO), de KaHo Sint-Lieven Campus Waas met Hilde Van den Bossche (bachelor basisonderwijs)..
De verhaallijn in Xios loopt van veel aandacht voor taal naar taalvaardigheidsonderwijs gekoppeld aan taalleerstrategieën, naar een reëel taalbeleid met aanvankelijk geïsoleerde initiatieven vanuit lectoren Nederlands en de vakgroep Nederlands naar een integraal taalbeleid van het volledige opleidingsteam aan de hand van een taalbeleidsplan. Het verhaal loopt steeds verder met nu heel veel aandacht voor de ontwikkeling van kernleertaken met een leerlijn. Daarbij viseert het team als teksttypen gesprekken – vragen, instructies, werkbundels – informatieve teksten – verslagen – presentaties gekoppeld telkens aan de daarbij passende taalhandelingen. Voor de K.H. Leuven loopt het verhaal nagenoeg parallel met dien verstande dat de basis van het taalontwikkelend leren gevormd wordt door de Kijkwijzer Mondelinge Communicatie en de Kijkwijzer Schriftelijke Communicatie die afdelingsbreed worden gehanteerd. Waar de K.H. Leuven zich inzette voor de bevordering van de academische taalcompetentie, richt de KaHo Sint-Lieven zich krachtig op de professionele taalvaardigheid van haar studenten. Daarbij wordt vooral gemikt op de realisering van de NTU-taaldoelen. Ook hier pogen de docenten van een integrerend taalbeleid naar een integraal taalbeleid door te stoten wat niet zonder knelpunten en hindernissen verloopt.

Uit de drie verhalen blijkt hoe complex en dynamisch een taalbeleidssysteem is. In het conclusief gedeelte van deze bijdrage worden in dat perspectief belangrijke gevolgtrekkingen afgeleid die relevant kunnen zijn voor andere lerarenopleidingen, beleidscoördinatoren en –medewerkers. De factoren die een taalbeleidssysteem in beweging brengen worden opgesomd. De combinaties van acties die een taalbeleidsproces vooruit helpen worden aangegeven. Zeker belangrijk in die conclusie zijn de hefbomen voor taalbeleid: een stevig doordacht curriculum dat rekening houdt met een taalleertraject met daarbij een stevige verankering van het vak communicatieve vaardigheden in het totale opleidingsgebeuren, een stagegerichte insteek inzake professionele taal met de impact van de dertien doelen in het dozijn, een stevige vakgroep Nederlands, de passende professionalisering van de betrokken docenten, de student als aankomende leerkracht, de structurele inbedding van een taalbeleids(coördinatie)opdracht in het takenpakket van een of meer docenten.

Onderwijsinspecteur Carine Steverlynck geeft in haar bijdrage Een ‘aparte’ taalkracht? Taalbeleid binnen de specifieke lerarenopleiding in het volwassenenonderwijs het relaas van de resultaten van haar onderzoek op de websites van de CVO’s en via een uitgebreide bevraging met een bevragingsformulier. Die resultaten geven aan dat zowat 75 % zich bekommert en zich inspant voor taalbeleid, maar dat er buiten enkele opmerkelijk goede opzetten nog weinig sprake is van een systematisch, coherent en doeltreffend taalbeleid. Het is in die onderwijssector in ontwikkeling zonder dat er al van evaluatie van resultaten sprake kan zijn. De auteur meent dat dit boek ,Naar taalkrachtige lerarenopleidingen’ dan ook bijzonder inspirerend zou kunnen zijn voor die specifieke lerarenopleidingen.

Taalcompetentie

In haar bijdrage Wijzer kijken met kijkwijzers? Over een tussentijds product van taalbeleid geeft Lieve Verheyden de resultaten weer van haar kritisch onderzoek van negen erg verschillende kijkwijzers of observatielijsten. Zij puurt daaruit dertien tips voor een optimaliserende aanpak bij de constructie van kijkwijzers en voegt er ter voltooiing nog haar eigen Kijkwijzer voor kijkwijzers voor communicatieve competenties, haar ‘checklist waarmee kijkwijzers voor communicatieve competenties doorgelicht en bijgestuurd kunnen worden’.

Treffend is de titel van de bijdrage van Hilde Rombouts en Dirk Berckmoes van het Monitoraat op maat van de Universiteit Antwerpen Academische taalvaardigheid voor elke student. De meerwaarde van een taalmonitoraat op maat. Op basis van vrijwilligheid en persoonlijke aanmelding kunnen de studenten uit alle faculteiten van de universiteit die aanvoelen dat zij bepaalde noden hebben inzake taalvaardigheid op een bepaald ogenblik van het academiejaar naast een aanpak binnen hun opleiding een extracurriculaire begeleiding aanvragen bij het monitoraat. De intentie “Ik wil academisch taalvaardiger worden”  voert tot een concreet individueel taalbegeleidingstraject met (een combinatie van) groepslessen, individuele ondersteuning en begeleide zelfstudie. De klemtoon in dit hoofdstuk ligt bij de voorstelling van drie casussen op de prominente rol van de taalbegeleider voor de betrokken student.
Een andere maar bijzonder boeiende invalshoek biedt de bijdrage van Véronique Minnebo, taalbeleidscoördinator in het Departement Sociaal-Agogisch werk van de Plantijn Hogeschool in Antwerpen. Ze is getiteld Alle studenten taalvaardig! Taalbeleid, taalbegeleiding en taalontwikkelend lesgeven in een niet-taalgerichte opleiding. De titel houdt de twee vormen van taalbeleid in die in haar departement gecultiveerd worden. Het taalbeleid omvat taalbegeleiding van alle studenten enerzijds en taalontwikkelend lesgeven anderzijds. Alle klemtonen in Minnebo’s hoofdstuk liggen op het cruciale thema taalontwikkelend lesgeven waarbij de professionalisering van de andervakdocenten o.l.v. de taalbeleidscoördinator in die richting nagenoeg alle aandacht krijgt. Aspecten daarvan zijn bijscholing van de collega’s in een paar workshops, individuele coaching, de beschikking over een materialenbank voor de docenten en studenten, de uitwerking van hulpmiddelen, regelmatig overleg en bijkomend een studententutoraat voor taalbegeleiding van hogerejaarsstudenten naar eerstejaars toe. Bij de beslissing om vooral taalontwikkelend les te geven blijken de verwachte valkuilen en struikelblokken maar ook voorstellen tot aanpak van die hindernissen.

Ook de onderwijsinspectie presenteert haar kijkwijzer voor taalbeleid. Vier onderwijsinspecteurs reiken die aan de lerarenopleidingen aan in hun bijdrage Talenbeleid in dienst van de leerling. Voorstelling en duiding van de Kijkwijzer Talenbeleid van de onderwijsinspectie. Hij is ontworpen ten behoeve van de inspectie zelf die een onderzoek uitvoert naar de manier waarop scholen van het leerplichtonderwijs aan talenbeleid gestalte geven. De inspecteurs menen dat in het licht van de verwerving van de professionele taalvaardigheidscompetentie van aspirant-leraren dit observatiemodel dienstig en nuttig kan zijn. Ons vallen daarbij als aandachtspunten op de aspecten van het Nederlands als vak, het Nederlands als instructietaal en het gebruik ervan voor de communicatie.

Taalkrachtig vormen

In een kortere bijdrage brengt José Vandekerckhove in zijn hoofdstuk vanuit zijn ervaringen als lerarenopleider slo K.U. Leuven en als pedagogisch begeleider enkele lossere ideeën samen in ‘De lerarenopleiding: een hefboom voor het taalbeleid in het secundair onderwijs’. Van groot belang vindt hij in de opleiding van aspirant-leraren hun competentie om taalgericht vakonderwijs te kunnen geven in hun stages en in de beginperiode van hun leraarschap. Vermetel is wel zijn relativering van de verankering van de standaardtaal in de basiscompetenties voor de leraar s.o... voor ruimte voor taalvariatie in navolging van de relativering van de betekenis van de standaardtaal in de geschriften van Joop van der Horst. In dat verband verwijzen we van in zijn referentiekader graag naar de genuanceerde visie van Frans Daems rond "Taal in de klas” op pagina 16 van dit boek.

Een substantiële bijdrage leveren Ingrid Evers en Piet-Hein van de Ven van de Radboud Universiteit Nijmegen met Taalbeleid ook op de universitaire lerarenopleiding.  Daar wordt de module Vakspecifiek leren en taal aan de leraren-in-opleiding voor alle schoolvakken aangeboden. Een tweede module is die rond de NT2-problematiek over schooltaal en thuistaal, taalverwerving en woordenschatontwikkeling, plurilingualiteit en multiculturaliteit. De module Vakspecifiek leren en taal omvat vier sessies van anderhalf uur. Elke sessie vertrekt vanuit praktijksituaties en kent een eigen thema en een onderzoeksopdracht op dat thema geënt. Nauwkeurige interactieanalyse van getranscribeerde klasgesprekken, bewustmaking van de verschillende referentiekaders bij docenten en leerlingen rond een opdracht, het leren van vakspecifieke concepten en begrippen, een geoptimaliseerde formulering van een schrijftaak opende verrassende taalinzichten en perspectieven voor de lio’s, inzetbaar bij klassikale interacties in de bovenbouw. Daaruit ontstond vanwege de auteurs omwille van de positieve perspectieven een pleidooi voor institutionalisering van de module aan de eigen universiteit en naar veralgemening naar de andere universitaire lerarenopleidingen gericht op alle docenten van alle vakken. Bijzondere waardering kwam er ook voor het digitale kennisplatform van LEONED met zijn Kennisbasis Nederlands.

Van daaruit krijgen we in de bijdrage van Bart van der Leeuw, Johanna van der Borden en Mieke Lafleur Kennisbasis Nederlands voor de lerarenopleiding een ruim overzicht van inhouden en een helder inzicht in de ordening van de beide kennisbases Nederlands enerzijds voor de pabo en anderzijds voor de tweedegraadsopleiding. Ze dateren van 2009. Die kennisbases stimuleren een bijzonder fundamentele omslag in de aanpak van de lerarenopleidingen in Nederland. Die worden nu wel bepaald competentiegericht. De te verwerven competenties worden onderbouwd met de nu voorliggende kennisbasis. Met die kennisbasis komt vast te liggen wat aankomende leraren moeten kennen op het ogenblik dat zij de lerarenopleiding verlaten. De relevante beroepscompetenties moeten dan worden aangetoond en daarbij wordt geconstateerd of de afstudeerstudenten de vastgestelde kennis paraat hebben. Voor alle studenten  wordt dan dezelfde norm gebruikt. In de hogeschool Utrecht wordt nu al in de tweedegraadsopleiding de kennisbasis op een eigen doordachte wijze gehanteerd als instrument voor curriculumverbetering.
Aansluitend bij de voorstelling van de kennisbasis brengt Jo van den Hauwe een laatste bijdrage De betekenis van de Kennisbasis Nederlands (pabo) voor Vlaanderen. Voor hem gaat het in de kennisbasis om declaratieve kennis waarbij geen handelingsrepertoire aanwezig is en ze heeft dan ook vooral een encyclopedische waarde voor de Vlaamse lerarenopleidingen. Voor de ontwikkeling van de professionele taalvaardigheid van de studenten lerarenopleiding is er voor de auteur dan ook een eigen instrument gewenst dat onderliggende kennis beschrijft. Niettemin beschouwt hij de Kennisbasis Nederlands van Van der Leeuw e. a. als een waardevol document voor studenten en lerarenopleiders in Vlaanderen...

Knooppunt*

Merkwaardig, maar zin- en beloftevol is Deel 6 Taalkoppelingen zoeken. An De Moor verzorgde dit afsluitend zesde deel. Het is enkel voor bezitters van het boek alleen maar online beschikbaar. Zij moeten surfen naar www.knooppunt.net - zich registreren, hun persoonlijke gegevens invullen en hun licentie activeren met behulp van de code die ze bovenaan pagina 2 van het boek vinden. Mogelijk komen later nog digitale aanvullingen daarbij.

Deel 6 bevat de volgende hoofdstukken
1. Een lerend netwerk. Samenwerking tussen de lerarenopleidingen in de cvo's van het GO!
2. Inventaris e-platformen voor lerarenopleiders
3. Taalkoppelingen.

Tot slot

Als je het boek op je bureautafel legt, krijg je meteen op het voorplat de grote bol met vele kleine bolletjes daarop geënt in het vizier. Het is het vergrote facetoog van de libel. Het staat symbool voor de veelzijdige kijk op taalbeleid dat dit werk te bieden heeft en het verwijst naar de beeldrijke presentatie van de bijdrage van drie hogescholen die hun taalbeleid verbeelden met de mol, de uil en de libel. 

Met de visie op taalbeleid en met de praktische uitwerking in aanzet of in uitvoering bij vele lerarenopleidingen kunnen wij ons volmondig aansluiten. Wellicht  kon er wat meer nadruk worden gelegd op attitudevorming binnen het taalbeleid. Hoe moeilijk ook te vatten en te realiseren is het taalontwikkelend lesgeven als uitvloeisel van de didactiek van het taalgericht vakonderwijs de dominante stimulans in dit werk. Taalvaardigheid functioneel verwerven gelijktijdig met en verankerd in de leerinhouden kan op termijn een substantiële kwaliteitsverbetering en meer slaagkansen van aspiranten maar ook meer taalcompetente leraren opleveren in het onderwijs.

Het boek is ook aangenaam om te hanteren. Het bevat de nodige geraadpleegde lectuur. Het is keurig en leuk geïllustreerd met samenvattende of toelichtende tabellen en zeker is het prettig om tussendoor ook even te toeven bij de toepasselijke en puntige tekeningetjes van oud-collega Ides Callebaut. Het is ook degelijk gestructureerd in delen en hoofdstukken met telkens voor elk hoofdstuk de oriënterende en synthetiserende krachtlijnen ervan. De NTU-doelen en de basiscompetenties zijn als bijlagen toegevoegd.

Met veel belangstelling hebben we uitgekeken naar de publicatie van ‘Naar taalkrachtige lerarenopleidingen – BOUWSTENEN VOOR TAALBELEID. Na de aandachtige lectuur ervan zijn we niet ontgoocheld. Integendeel. We beseffen nu maar al te goed hoe belangrijk taalbeleid is in de lerarenopleidingen voor alle leraren. We begrijpen nu ook hoe stevig aan dat taalbeleid in het tertiair onderwijs wordt gewerkt. Dit boek is rijk aan relevante ideeën, geeft de diversiteit weer waarmee opleiders taalbeleid bekijken en bewerken. Het is inspirerend voor andere niveaus van onderwijs, maar evenzeer is het een visie- en ideeënuitwisseling van lerarenopleidingen onderling. We willen dit boek bij alle beleidsmensen, bij alle lerarenopleiders en leraren betrokken bij de lerarenopleiding en bij alle studenten die een lerarenopleiding hebben gekozen met veel genoegen aanbevelen: om het boek te lezen, te raadplegen en er op passende momenten naar terug te grijpen, om ondersteuning te vinden bij de eigen aanpak van zoveel wat thuis te brengen is onder dat taalbeleid. Wij zijn er dan ook zeker van dat het zijn weg, zijn lectuur en zijn gebruik in het werkveld van de lerarenopleidingen in Vlaanderen zal vinden. Wij bevelen het evenzeer aan voor de Nederlandse lerarenopleiders op elk niveau. Ook zij kunnen er enorm voordeel aan hebben.

Zovele toegewijde lerarenopleiders in Vlaanderen hebben een grote inzet opgebracht om hun bijdragen aan te leveren in een samenwerkingsbestek gestuurd door een coördinerende redactie en bezield en geleid door didactica Nederlands Dorothea Van Hoyweghen. Aan allen een hartelijke proficiat met deze prestatie.

Ghislain Duchâteau
Voorzitter Netwerk Didactiek Nederlands

*Knooppunt is de realisatie van een online portaal voor digitale leermiddelen. Met één login en paswoord krijgen leerlingen en leerkrachten toegang tot alle digitale leerinhouden die ze aangekocht hebben bij uitgevers van leerboeken die lid zijn van de vereniging.
Knooppunt werd opgestart door de educatieve uitgeverijen Van In en Plantyn en werd overgenomen door de groep Educatieve en Wetenschappelijke uitgevers (GEWU), een subgeleding van de Vlaamse Uitgeversvereniging (VUV) vzw.


Uitgeverij Plantyn


Meld aan of registreer om dit leermiddel volledig te bekijken

Registreren vraagt maar één minuut.
Leraren delen lesmateriaal en -inspiratie met jou
  • gratis lesmateriaal;
  • voor alle leeftijden en vakken;
  • makkelijk doorzoekbaar op lesonderwerp.
Registreer   Veilig en gratis
Je bent al lid? Meld aan