Beelddenken : Invloed op school en multimedia

Foto Toegevoegd door Erno Mijland op 09.02.2011
Artikel

Hebben beelddenkers baat bij een wereld vol beelden?

YouTube, video games, films in 3D, een fotocamera op ieder mobieltje... we leven in een beeldcultuur. Een ideale ontwikkelomgeving voor beelddenkers, zou je denken.  Toch lopen leerlingen die vooral visueel-ruimtelijk informatie verwerken regelmatig vast in het onderwijs.

Sarah (10 jaar) is een slimme, creatieve meid. Ze zoekt zelf uit hoe ze haar favoriete liedjes op de piano moet naspelen, ze is handig met de virtuele wereld van The Sims, maakt prachtige tekeningen en komt tot verrassende oplossingen voor alledaagse probleempjes. Op school heeft ze het echter moeilijk. Spelling is een worsteling, ze kan de aandacht er maar moeilijk bijhouden als de juf vertelt over de Middeleeuwen en ze maakt vaak ‘domme’ fouten in proefwerken. Ze begrijpt de stof wel, maar loopt stuk op een voor haar ingewikkeld geformuleerde toetsvraag. Sarah is een beelddenker. Het begrip werd in de jaren dertig geïntroduceerd door de Haagse logopediste Maria J. Krabbe. Beelddenkers denken voornamelijk visueel-ruimtelijk en nonlineair. Aan de andere kant van het spectrum staan de analytisch-volgordelijke, lineaire denkers. Het begrip ‘beelddenken’ is nog niet breed geaccepteerd in de wetenschap. Onderzoek en ervaringen van professionals in de praktijk laten echter zien dat in elke groep minimaal een à twee kinderen een leerstijl hebben, waarbij het werken met beelden de voorkeur heeft.

Informatiesamenleving

Onze cultuur is momenteel drastisch aan het veranderen. De industriële revolutie, waarin het beheersen van volgordelijke processen centraal stond, maakt snel plaats voor wat we de kenniseconomie of de informatiesamenleving noemen. Ontstaat daarmee ook meer ruimte voor beelddenkers? ‘Zeker’, zegt Magda Jacobs. ‘Kijk maar naar de personeelsadvertenties in de krant. Er wordt gevraagd naar mensen die creatief zijn, die buiten kaders kunnen denken en systemen kunnen doorzien. Allemaal eigenschappen die je terugziet bij beelddenkers. Je ziet bovendien een sterke toename van beroepen in de creatieve sector.’ Jacobs is zelf beelddenker. Ze schreef een drietal boeken over het onderwerp en heeft haar passie gevonden in het ontwerpen van spelvormen voor het onderwijs.

Onderwijs blijft achter

De dominantie van beeld lijkt nog niet overal te zijn doorgedrongen. Jacobs begeleidt vanuit haar praktijk in Antwerpen beelddenkende leerlingen die vastlopen op school. ‘Dat zijn er meer dan je denkt. Beelddenken is een talent, alleen... soms mag het er niet zijn. Dan wordt het een probleem. Ik moet helaas constateren dat dat laatste nog te vaak gebeurt in ons onderwijs. Deze kinderen vragen zich af: wat wil de juf van mij? Ze begrijpen de instructie en het doel van de activiteiten in de klas niet. Scholen in Vlaanderen houden nog te vaak vast aan traditioneel, frontaal klassikaal onderwijs. Ze laten een eenzijdige voorkeur zien voor analytische vaardigheden en een tekstuele benadering van informatie. Voor beelddenkende kinderen staan woorden echter de link naar de werkelijkheid in de weg. Als je daar geen rekening mee houdt, laat je veel talent onbenut. Dat mag natuurlijk nooit de bedoeling van onderwijs zijn.’

‘Beelddenken is gewoon denken, maar je ziet alles in beelden en plaatjes. Dat ik creatief ben, heeft er, denk ik, wel mee te maken. Dat vind ik wel een voordeel. Een nadeel vind ik wel dat ik niet alles zo snel begrijp als het te veel met woorden wordt uitgelegd.’

Fieke, 12 jaar, geciteerd in ‘In het rijk der beelden ben ik koning’ van Magda Jacobs en Tineke Labrujere

Zebrapad

Mischa Put is Intern Begeleider, geeft les bij Transfergroep Rotterdam en heeft een eigen praktijk voor remedial teaching in Nieuw-Beijerland. Met collega Anne Marie van Herwaarden houdt ze zich bezig met beelddenken in het onderwijs. Put is het eens met de constatering van Jacobs. ‘Het onderwijs houdt te weinig rekening met de leerstijl van beelddenkers. Een voorbeeld: de leerstof wordt in stapjes aangeboden die samen naar een einddoel leiden. Beelddenkende kinderen hebben het nodig om eerst dat doel te kennen. Bied ze eerst de context, dan de feiten. Eerst het begrip “dierentuin”, dan de woorden “zebra” en “panda”. Want als je eerst het woord “zebra” aanbiedt, kan het zomaar zijn dat ze dat associëren met een “zebrapad”, om vervolgens de samenhang met het woord “panda” te missen. Hetzelfde geldt voor het aanleren van de namen van de maanden. Als je ze alleen maar het rijtje met de twaalf begrippen aanbiedt, zullen ze daar niets mee kunnen. Inzicht en doorzicht gaan vooraf aan het automatiseren. Beelddenkers hebben een normale intelligentie. Veel hoogbegaafde kinderen zijn beelddenkers. Toch hebben ze het vaak moeilijk op school. En dat is niet alleen jammer, maar ook onnodig. Je hoeft echt niet het hele onderwijs om te gooien om de aansluiting te vinden bij deze kinderen. Doe meer met beeld, laat kinderen meer zelf ontdekken vanuit een gegeven probleem, maak ze bewust van hun leerstijl en toets op een andere manier. Even stilstaan bij hoe je de stof aanbiedt, daar begint het mee.’

Multimedia

De hedendaagse audiovisuele technologie sluit goed aan bij de leerstijl van beelddenkende kinderen. Jacobs: ‘Ze werken graag met de computer, kijken graag naar filmpjes en spelen games. De computer houdt de aandacht sterk vast en dat helpt deze kinderen die zich soms slecht kunnen concentreren. De volgende vraag of opdracht volgt altijd direct, je hebt geen tijd om weg te dromen. Maar de computer is niet hét antwoord op alles. Veel computergames zijn vanuit het brein van volwassenen bedacht en sluiten niet erg goed aan. Op de computer heb je ook minder vrijheid: een tekening maken is nog niet zo gemakkelijk, schetsen op papier is veel vrijer. En veel van de handelingen die je op de computer moet doen zijn juist sterk gebaseerd op volgordelijk handelen.’

Digitale schoolbord

In veel scholen wint het digitale schoolbord terrein. Daarop laten leraren steeds vaker filmpjes zien. ‘Dat helpt’, reageert Put, ‘voor alle leerlingen. We nemen nu eenmaal sneller informatie op via de ogen dan via de oren. Een geschiedenisles waarin alleen maar verteld wordt is minder krachtig dan als de leraar ook een filmpje laat zien. Voor beelddenkers geldt dat in nog sterkere mate.’ Volgens Put ben je er echter niet automatisch met een plaatje bij een praatje. ‘Het beeld moet wel relevant zijn. Deze kinderen zijn veel associatiever en kunnen daardoor gemakkelijk verdrinken in de aangeboden beelden. Neem nu het realistisch rekenen. Dat is in principe een prettige vorm van leren voor deze leerlingen. Maar als er bij een som een niet relevante illustratie staat, kunnen ze er volledig door afgeleid worden.’

Creativiteit

De multimedia van vandaag biedt vooral kant-en-klare beelden, waarbij weinig aan de fantasie wordt overgelaten. Gaat dat niet ten koste van de creativiteit van beelddenkende kinderen? Jacobs: ‘Ik geloof niet dat de opkomst van multimedia ten koste gaat van de creativiteit, al zie ik wel dat veel activiteiten op de computer consumptief van karakter zijn in plaats van productief en creatief. We moeten kinderen dus verleiden meer productief te zijn, ook met moderne middelen zoals de computer. Dat kan prima: je kunt je eigen videoclip maken, foto’s en tekeningen bewerken enzovoort. Daarnaast moeten we ook blijven stimuleren dat kinderen andere activiteiten ontplooien. Ik laat kinderen vaak schilderen en tekenen, met kralen en andere voorwerpen werken. Dat is enorm belangrijk voor hun ontwikkeling.’

Rekening houden

Er lijkt sprake van een kloof tussen de wereld op en de wereld buiten school. Thuis komen beelddenkende kinderen volop in aanraking met bewegend beeld, met audiovisueel verpakte informatie. Op school heerst de op teksten gebaseerde, lineaire methode. Aan leraren de taak meer gebruik te maken van eigentijdse audiovisuele middelen, maar vooral ook meer rekening te houden met de leerstijl van het kind. Put: ‘Je moet daar ook weer niet te ver in doorschieten. Ook een beelddenkend kind moet uiteindelijk een leesniveau van AVI 9 halen. Het gaat er uiteindelijk om dat je de vraag stelt wat je leerlingen nodig hebben om te leren. Vraag het ze en maak ze bewust van hun leerstijl. Als je beelddenkende kinderen daarnaast succeservaringen biedt door ze regelmatig te toetsen op een manier die bij hun leerstijl past, geeft ze dat een gevoel van eigenwaarde en zelfvertrouwen. Vandaaruit zullen ze ook positiever aan de slag gaan met voor hen lastige analytisch-volgordelijke taken.’

Beelddenkers op school: tien tips

  1. Werk veel met beeldmateriaal, bijvoorbeeld op het digitale schoolbord. Maak gebruik van Powerpoint, passende filmpjes, foto’s en tekeningen om een verhaal visueel te ondersteunen.
  2. Schets de context en laat de samenhang zien. Vertel eerst wat het einddoel is, voordat je de stappen presenteert die naar dat einddoel leiden. Bied structuur en werk met schema’s.
  3. Maak gebruik van zoveel mogelijk zintuigen. Beelddenkers zijn sterk in het ‘aan elkaar’ associëren van verschillende zintuiglijke ervaringen. Laat bij geschiedenis muziek horen uit de betreffende periode, laat voorwerpen aanraken enzovoort.
  4. Laat de leerling ontdekkend leren: leg ze een probleem voor en laat ze zelf nadenken over hoe ze dat op gaan lossen. Laat ze achteraf reflecteren op hun strategie, zodat ze een beter inzicht krijgen in hun leerstijl.
  5. Papegaaienwerk werkt niet voor beelddenkers. Bied passende toetsvormen aan om écht te weten te komen wat de leerling kent en kan. Toets bijvoorbeeld mondeling, waarbij je doorvraagt en zaken laat uitleggen. Of laat het antwoord tekenen in plaats van opschrijven.
  6. Laat beelddenkende leerlingen hun kennis verwerken in visuelere presentatievormen, zoals een eigen ‘glossy’ tijdschrift of een filmscène, in plaats van in een opstel.
  7. Bied spelvormen aan. Beelddenkende leerlingen vinden het leuk en fijn om te doen en ervaren de activiteit nauwelijks als formeel leren.
  8. Werk met mindmaps. Dit is hét gereedschap op maat voor beelddenkers die zich informatie moeten eigenmaken. Kies voor het werken op een liggend A4-blad of laat ze op de computer mindmappen, zodat ze het resultaat kunnen bewaren en bewerken.
  9. Laat de leerling zelf passende illustraties zoeken bij hun tekstuele aantekeningen. De beelden helpen bij het verankeren in het geheugen van de kennis.
  10. Beelddenkers zijn sneller afgeleid. Creëer stiltewerkplekken waar ze zich kunnen concentreren op hun werk. Als ze bezig zijn, hebben ze moeite de tijd in de gaten te houden. Geef ze ondersteuning voor het tijdsbesef, bijvoorbeeld met een klok.

Links:

Literatuur:

Linda Kreger Silverman, PH.D. is een Amerikaanse deskundige op het gebied van beelddenken in het onderwijs. In 2005 hield ze een lezing voor de Maria J. Krabbe-stichting. De tekst van de lezing, aangevuld met een aantal artikelen, is gebundeld in het downloadbare document Omgekeerd Briljant.

Bron: Mijland, E., ‘Beelddenken, school en multimedia’, in: Talent, jrg. 12, nummer 5, pp. 12-15. Meer over de auteur.


Meld aan of registreer om dit leermiddel volledig te bekijken

Registreren vraagt maar één minuut.
Leraren delen lesmateriaal en -inspiratie met jou
  • gratis lesmateriaal;
  • voor alle leeftijden en vakken;
  • makkelijk doorzoekbaar op lesonderwerp.
Registreer   Veilig en gratis
Je bent al lid? Meld aan
Niveau en vak
Kleuter
Lager
BuLO
ASO (en 1A)
BSO (en 1B)   1e, 2e graad
TSO   2e, 3e graad
BuSO
DKO
Lerarenopleiding
Niet vakgebonden
Categorie
Praktijkvoorbeeld/verhaal
Trefwoorden
anders lerenbeeldbeelddenkendidactieklerenmultimediaonderwijsstuderentipsvisualiseren