Relatie tussen breuken, procenten en kommagetallen: Bingo
De leerlingen krijgen een bingokaart met procenten. De leerkracht leest volgende kommagetallen en breuken voor: ½ - ¾ - ¼ - 1/5 - 1/3 - 0,8 - 0,99 - 0,12 - 0,23 - 0,03 - 0,01 - 0,15 - 0,17 - 0,32 - 0,47 - 0,59 - 0,64 - 0,70 - 0,08 - 0,07 - 0,02 - 0,91 - 0,56 - 0,81 - 0,41 - 0,03 - 0,9 - 0,22 - 0,31 - 0,78 - 0,13
De leerlingen moeten die kommagetallen en breuken omzetten in procenten en het bijhorende procent aanduiden op hun bingokaart.
Meld aan of registreer om dit leermiddel volledig te bekijken
- gratis lesmateriaal;
- voor alle leeftijden en vakken;
- makkelijk doorzoekbaar op lesonderwerp.