Woordenschat oefenen

De leerlingen oefenen de 19 woorden in van het Nederlands naar het Frans en omgekeerd. De volgende woorden komen aan bod: vertrekken, twaalf, slapen, acht, zes, een koning, tien, met de boot, luisteren naar, zeven, elf, een fout, alleen, tellen, een hoofd, een boot, negen, vertellen, waarom. 

Paul Corthouts
Leerkracht, ICT-coördinator

Meld aan of registreer om dit leermiddel volledig te bekijken

Registreren vraagt maar één minuut.
Leraren delen lesmateriaal en -inspiratie met jou
  • gratis lesmateriaal;
  • voor alle leeftijden en vakken;
  • makkelijk doorzoekbaar op lesonderwerp.
Registreer   Veilig en gratis
Je bent al lid? Meld aan
Niveau en vak
lager 5e, 6e leerjaar
FransICT
Info
Interactieve oefening
Bijgewerkt: 31-03-2011
Categorie
Flashcard
Trefwoorden
achtalleenbootelffouthoofdkoningluisteren naarnegenslapentellentientwaalfvertalenvertellenvertrekkenwaaromwoordenschatzeszeventalen