Werkwoord in de tegenwoordige tijd

Toegevoegd door Hilde De Vaere op 09.06.2011
Interactieve oefening

De leerlingen noteren de juiste vorm van het werkwoord. De volgende werkwoorden komen aan bod: sein, wollen, machen, nehmen, sehen, haben, gehen, gucken, sollen, nachdenken, werden, stolpern, fallen.


Meld aan of registreer om dit leermiddel volledig te bekijken

Registreren vraagt maar één minuut.
Leraren delen lesmateriaal en -inspiratie met jou
  • gratis lesmateriaal;
  • voor alle leeftijden en vakken;
  • makkelijk doorzoekbaar op lesonderwerp.
Registreer   Veilig en gratis
Je bent al lid? Meld aan
Niveau en vak
ASO (en 1A)   2e graad
Duits
Secundair volwassenenonderwijs
Duits
Categorie
Invuloefening
Trefwoorden
fallengehengrammaticaguckenhabenmachennachdenkennehmensehenseinsollenstolperntegenwoordige tijdwerdenwerkwoordwollentalen