Tegenwoordige tijd

De leerlingen lezen de zinnen en vullen de tegenwoordige tijd in van het werkwoord dat tussen haakjes staat. De volgende werkwoorden komen o.a. aan bod: bidden, bieden, houden, gelden, kleden, vinden, bereiden, strijden, opwinden, benjden, schaden, schudden, luisteren, verbinden, schelden, wennen, redden, onderscheiden, worden, uitbreiden, verzanden, dulden, vermoeden,...

Steven Duyver
Leerkracht

Meld aan of registreer om dit leermiddel volledig te bekijken

Registreren vraagt maar één minuut.
Leraren delen lesmateriaal en -inspiratie met jou
  • gratis lesmateriaal;
  • voor alle leeftijden en vakken;
  • makkelijk doorzoekbaar op lesonderwerp.
Registreer   Veilig en gratis
Je bent al lid? Meld aan