Engelse werkwoorden in de verleden tijd

De leerlingen lezen de zinnen en vullen het werkwoord in de tegenwoordige tijd in.

De leerlingen lezen de zinnen aandachtig, denken na over het Engels werkwoord dat tussen haakjes staat en vullen de verleden tijd in de juiste vorm van het werkwoord aan. De volgende werkwoorden komen o.a. aan bod: bingoën, finishen, timen, skateboarden, choken, leasen, breakdancen, plotten, scrabbelen, showen. 

Hilde Doms
Leerkracht, Pedagogisch begeleider, …

Meld aan of registreer om dit leermiddel volledig te bekijken

Registreren vraagt maar één minuut.
Leraren delen lesmateriaal en -inspiratie met jou
  • gratis lesmateriaal;
  • voor alle leeftijden en vakken;
  • makkelijk doorzoekbaar op lesonderwerp.
Registreer   Veilig en gratis
Je bent al lid? Meld aan
Niveau en vak
secundair 1e graad a en b
aso 2e, 3e graad
bso 2e, 3e, 4e graad
kso 2e, 3e graad
tso 2e, 3e, 4e graad
Nederlands
Info
Interactieve oefening
Bijgewerkt: 04-07-2011
Categorie
Invuloefening
Trefwoorden
bingoënbreakdancenchokenfinishenleasenplottenscrabbelenshowenskateboardenspellingtaalbeschouwingtimenverleden tijdtalen