Defining relative clauses and pronouns


Bron

Kahoot! over defining relative clauses and pronouns (who, that, when, where, why).

Lisa Standaert
Student (lerarenopleiding)

Meld aan of registreer om dit leermiddel volledig te bekijken

Registreren vraagt maar één minuut.
Leraren delen lesmateriaal en -inspiratie met jou
  • gratis lesmateriaal;
  • voor alle leeftijden en vakken;
  • makkelijk doorzoekbaar op lesonderwerp.
Registreer   Veilig en gratis
Je bent al lid? Meld aan
Niveau en vak
aso 2e graad
kso 2e graad
tso 2e graad
Engels
secundair volwassenenonderwijs
Engels
Info
Interactieve oefening
Gepubliceerd: 02-04-2019
Nummer: 91383
Categorie
Quiz
Trefwoorden
betrekkelijk voornaamwoorddefining relative clauserelative clauserelative pronounthatvoornaamwoordwhenwherewhowhytalen